|
Inplanting: De exacte inplanting van het gebouw op de bouwgrond wordt bepaald op basis van het situatieplan van de architect en wordt gecontroleerd door hemzelf en indien nodig door een landmeter. De aannemer zal de hoeken uitzetten en de nodige hoogtepeilen aanduiden.
De bouwheer zal de ligging van het gebouw alsook de verschillende peilen door de bevoegde overheden laten controleren om aldus aan de bouwvergunningsvoorwaarden te voldoen.
Voorbereiding bouwgrond: De ligging kan pas worden vastgesteld als het perceel vooraf werd afgebakend. Deze bouwzone moet eveneens gemakkelijk toegankelijk zijn voor vrachtwagens en vrij zijn van elke omheining, beplanting of enige andere hinderpaal voor een goed verloop van de werkzaamheden. |
In voorkomend geval zal voor alle bijkomende werken zoals opmetingen, snoeiwerken, afvoer- en afbraakwerken een bijkomende prijsopgave worden gemaakt die ten laste valt van de bouwheer.
Toegang tot de bouwplaats: Er wordt een steenslagverharding voorzien voor toegang van zwaar rollend materieel tot de bouwplaats, dit over een lengte van maximum 8 meter en indien mogelijk ter hoogte van de toekomstige oprit (garage). |