Uitvoering: Het ondergronds metselwerk wordt uitgevoerd in zware betonblokken (weerstand 100 kg/cm²), die in een mortelbed worden gelegd. De dikte van de zware betonblokken die voor het ondergronds metselwerk gebruikt worden, is conform het plan van de architect. Als algemene regel geldt: - dikte 29 cm : het metselwerk van buitenmuren in aanraking met de grond in de kelders.
- dikte 14 of 19 cm : het metselwerk van dragende binnenmuren in kelder of kruipruimte.
- dikte 9 cm : het metselwerk van niet dragende muren in de kelders.
hoogtepeilen van de bouwgrond het metselwerk moet aangepast worden, dan zal een aanvullende prijsopgave opgemaakt worden ten laste van de bouwheer. | Kruipruimten: De hoogte van het metselwerk bedraagt ± 0,60 m. Een toegang tot deze kruipruimten wordt verwezenlijkt door het maken van een opening 60/60 afgesloten met een deksel van gietijzer. Kelders: De hoogte van het metselwerk bedraagt ± 2,20 m. De zichtbare blokken worden mee opgaand opgevoegd (garage, kelders, …) en de muuropeningen worden overbrugd met lateien van gewapend beton. Opmerking: Indien als gevolg van het bodemonderzoek of van de werkelijke hoogtepeilen van de bouwgrond het metselwerk moet aangepast worden, dan zal een aanvullende prijsopgave opgemaakt worden ten laste van de bouwheer. |